Gebaren met een verplichte orale component (GOC)

Gebaren als BEREID-ZIJN of DAT-IS-HET worden in Vlaanderen GOC’s genoemd of “gebaren met een verplichte orale component”. Het mondbeeld (zie ook…) speelt bij deze gebaren immers een belangrijke rol. GOC’s zijn enkel volledig als de orale component aanwezig is.

Niet elk gebaar met een orale component is een GOC, omdat de orale component niet altijd verplicht is. Wanneer de orale component vervangen kan worden door een gesproken component of helemaal weggelaten kan worden, is het geen GOC. Een orale component kan namelijk ook gebruikt worden om de betekenis van een gebaar meer intens te maken: GEVAARLIJK versus HEEL-GEVAARLIJK. In dat geval gaat het dus niet om een GOC.

GOC’s zijn semantisch, dat wil zeggen op het vlak van betekenis, heel rijk. Om een GOC te vertalen naar het Nederlands is meestal meer dan één woord nodig. Daarom is het een uitdaging om GOC’s in een vertaalwoordenboek op te nemen. Sommige GOC’s hebben ook verschillende mogelijke vertalingen, afhankelijk van de context waarin het gebaar gebruikt wordt. NIET-KUNNEN, bijvoorbeeld, kan gebruikt worden om aan te geven dat iemand niet vrij is op een bepaalde datum, dat iets of iemand niet in een bepaald voorwerp of kledingstuk past, dat iemand een activiteit niet kan/durft uit te voeren, … De verschillende contexten kunnen erg uiteenlopend zijn.

Omdat een GOC soms vertaald kan worden als een bestaande uitdrukking in het Nederlands, bestaat er bij sommige mensen het misverstand dat GOC’s idiomen of spreekwoorden zouden zijn in VGT. Een idioom is een vaste uitdrukking met een figuurlijke betekenis en bestaat uit verschillende woorden, vaak zelfs een zin. Een voorbeeld van een idioom in het Nederlands is “een koude douche”, wat in de figuurlijke betekenis niet ‘een douche nemen met koud water’, maar ‘een tegenslag kennen’ betekent. In het verleden werden GOC’s die vertaald konden worden als een vaste uitdrukking ook ‘idiomen’ genoemd. Dit misverstand bestond trouwens niet alleen in VGT, maar ook in andere gebarentalen. Een belangrijke reden om een GOC te onderscheiden van een idioom is dat het hier maar om één gebaar gaat, en niet om meerdere gebaren of een hele zin. In Vlaanderen wordt voor dergelijke gebaren de term GOC gebruikt omdat ze gemeen hebben dat de ermee gepaard gaande orale component verplicht is.

GOC’s zijn typisch voor gebarentalen, zo heeft elke gebarentaal haar eigen GOC’s. Binnen VGT is er bovendien sprake van regionale variatie. In de regionale variëteiten van VGT vinden we soms heel andere GOC’s terug en twee verschillende GOC’s uit verschillende regio’s kunnen soms wel dezelfde betekenis dragen. Een voorbeeld hierbij geldt voor de regio’s West-Vlaanderen en Antwerpen nl. GEEN-ZIN.

Er lijkt een tendens te zijn dat jongeren meer en meer gesproken componenten aanvaarden bij gebaren die vroeger uitsluitend als GOC’s werden gecategoriseerd, bijvoorbeeld BEREID of HET-IS-DAT. Om dit met zekerheid te kunnen bevestigen, is meer onderzoek nodig. Voorlopig is er nog maar weinig onderzoek naar GOC’s.

Wel weten we dat GOC’s tot verschillende woordklassen behoren. Enkele voorbeelden zullen dit duidelijk maken:

  • Modale hulpwerkwoorden: “GRAAG-WILLEN”
    GRAAG-WILLEN” KOPEN KLEED Wg1
    Ik zou graag een kleedje willen kopen.
  • Lexicale werkwoorden: “MET-VEEL-MOEITE-VOLHOUDEN
    _______t
    LAATST / “MET-VEEL-MOEITE-VOLHOUDEN” STUDEREN Wg1
    (De voorbije examenperiode was heel zwaar) op het einde heb ik echt moeten doorbijten en studeren.
  • Bijwoorden: “TWEE-VLIEGEN-IN-EEN-KLAP”
    _______________________t
    GAAN-NAAR BAKKER Wg2 / “TWEE-VLIEGEN-IN-EEN-KLAP” APOTHEEK Wg2
    Nu je toch naar de bakker moet, ga je dan ook eens bij de apotheek langs.
  • Bijvoeglijke naamwoorden: “ERG-VEEL”
    ______________t
    BOEKENWINKEL / HEEFT “ERG-VEEL” STRIPVERHALEN Wga
    In die boekenwinkel verkopen ze veel stripverhalen.
  • Voegwoorden: “DEKSEL-OP-NEUS”
    PROBEREN Wg1 TOE LEK // “DEKSEL-OP-NEUS” Wg1 VERSLECHTEREN
    (Ik zag water uit een buis lekken onderaan de verwarming,) dus probeerde ik het lek te dichten. Maar ik maakte het alleen maar erger.

Ten slotte kunnen we enkele GOC’s wellicht ook categoriseren als emblemen (maar hier is meer onderzoek voor nodig). Emblemen zijn non-verbale gestes die een directe verbale vertaling hebben en geconventionaliseerd zijn in de taalgemeenschap. Een voorbeeld van een zeer gekend embleem in verschillende gesproken talen is het OK-gebaar dat gebruikt wordt ter goedkeuring. Tot nu toe zijn dergelijke emblemen enkel beschreven als onderdeel van non-verbale communicatie die gesproken talen kan vergezellen. Het is echter zo dat er ook emblemen voorkomen in gebarentalen. Die kunnen dan niet gecombineerd worden met andere gebaren tenzij eventueel met een persoonlijk voornaamwoord. In VGT zijn er een aantal GOC’s die kenmerken lijken te hebben van emblemen. Enkele voorbeelden zijn:

  • “UIT-DE-LUCHT-VALLEN”
    PLOTS KWAAD Wg3 // “UIT-DE-LUCHT-VALLEN” Wg1
    Ik begreep totaal niet waarom hij plots zo kwaad was op mij.
  • NIET-GELOVEN
    BELOOFD MIJ Wg3 NOOIT MEER DOEN // “NIET-GELOVEN” Wg1
    Hij heeft mij beloofd om zoiets nooit meer te doen, maar ik geloof er niet veel van.

Bronnen:

Huys, E. (2008). Idiomatisch taalgebruik in de Vlaamse Gebarentaal. Masterproef Universiteit Gent.

Taalgroep VGT, KULeuven (2018). GOC time

Vermeerbergen, M. (1999). Grammaticale aspecten van de Vlaams-Belgische Gebarentaal.
Destelbergen: vzw Cultuur voor Doven.