Vlaamse Gebarentaal is eigenlijk gewoon een vertaling van het Nederlands.

Sommige mensen denken dat de gebarentaal die dove mensen in Vlaanderen en Nederland gebruiken een soort van Nederlands is, waarbij dan in plaats van woorden, gebaren worden gebruikt. Dat is niet zo. Gebarentalen hebben een eigen grammatica, een eigen structuur en die heeft niks te maken met de structuur van een gesproken taal. Als je dezelfde zin in het Nederlands en in Vlaamse Gebarentaal met elkaar vergelijkt, dan zie je dat de structuur van de zinnen volledig anders is. Neem bijvoorbeeld de Nederlandse zin:

De auto rijdt onder de brug.

In het Nederlands noem je eerst “de auto” dan zeg je wat die auto doet “rijdt” en dan zeg je waar de auto rijdt “onder de brug”. In Vlaamse Gebarentaal maak je eerst het gebaar voor “brug” dan het gebaar voor “auto” en dan toon je met je twee handen tegelijkertijd dat de auto onder de brug door gaat:

BRUG AUTO wwc: “auto-onder-brug”

Een gebarentaal is dus niet afgeleid van een gesproken taal. Gebarentalen zijn zelfstandige talen met een eigen grammaticale structuur.

Er bestaan wel gebarensystemen. Wie een gebarensysteem gebruikt, gebruikt de structuur van een gesproken taal en maakt voor alle woorden tegelijkertijd ook een gebaar. In Vlaanderen heet het gebarensysteem “Nederlands met Gebaren” (NmG); wie het gebruikt, combineert het gesproken Nederlands met gebaren. Deze geïsoleerde gebaren zijn gedeeltelijk overgenomen uit de Vlaamse Gebarentaal maar er zijn ook “nieuwe” gebaren gemaakt. Nederlands met Gebaren is geen taal, en verschilt dus van de Vlaamse Gebarentaal, niet alleen wat betreft de “gebarenschat”, maar ook wat betreft de grammaticale structuur. Om dezelfde Nederlandse zin “De auto rijdt onder de brug” in NmGuit te drukken, spreek je de Nederlandse woorden uit in precies dezelfde volgorde en maak je tegelijkertijd voor alle of voor de meeste woorden ook een gebaar. Vaak worden de gebaren voor de lidwoorden wel weggelaten. De gebaren volgen dus de grammatica van het Nederlands waardoor Nederlands met Gebaren echt verschillend is van Vlaamse Gebarentaal. Als je goed kijkt kan je de verschillen tussen Nederlands met Gebaren en Vlaamse Gebarentaal gemakkelijk zien. We tonen nu hetzelfde stukje tekst, eerst in Nederlands met Gebaren en dan in Vlaamse Gebarentaal.

Dezelfde tekst in Nederlands met Gebaren en daarna in Vlaamse Gebarentaal.

Gebarentalen zijn op een natuurlijke manier ontstaan (zie Misverstand 2), maar dat is niet zo voor gebarensystemen. Gebarensystemen zijn wel bedacht. Ze werden in de eerste plaats ontworpen om te worden gebruikt in het onderwijs voor dove kinderen maar in sommige landen is men gebarensystemen ook gaan promoten voor de communicatie met volwassen doven. De idee hierbij is dat gebarensystemen gebruikt kunnen worden als een soort “brug” tussen de gebruikers van een gebarentaal en de sprekers van een gesproken taal. In Vlaanderen zijn er niet veel dove volwassenen die een gebarensysteem gebruiken, zeker niet voor onderlinge communicatie maar eigenlijk ook nauwelijks met horenden. Daar zijn verschillende redenen voor. Eén van de meest genoemde redenen is dat communiceren in een gebarensysteem te langzaam gaat. Voor het vormen van een gebaar is ongeveer tweemaal zoveel tijd nodig als voor het uitspreken van een woord. Toch gaat de productie van dezelfde uiting ongeveer even snel in een gebarentaal als in een gesproken taal. Dat komt omdat gebarentalen een “snellere” meer visueel-simultane grammaticale structuur hebben. In een gebarensysteem wordt een gesproken taal gecombineerd met gebaren en worden de “trage gebaren” dus gekoppeld aan de “trage structuur” van een gesproken taal. Dat het resultaat een “traag communicatiemiddel” is, is dan ook logisch, kijk maar:

Split screen: dezelfde tekst in Nederlands met Gebaren en in de Vlaamse Gebarentaal

Zoals je kan zien heb je voor dezelfde tekst meer tijd nodig wanneer je een gebarensysteem gebruikt dan wanneer je een natuurlijke taal gebruikt zoals de Vlaamse Gebarentaal.

De laatste jaren worden gebarensystemen in sommige landen weer in toenemende mate gebruikt en dit heeft vooral te maken met de evoluties i.v.m. het cochleair implantaat (CI) (zie …).