Wat is vingerspelling?

Vingerspelling is een manier om de letters van een alfabet met de hand(en) weer te geven. Een ander vaak gebruikt woord voor hetzelfde is “handalfabet”. De gevingerspelde handvormen zijn afgeleid van de geschreven letters die op hun beurt afgeleid zijn van de gesproken klanken. Voor iedere letter van het in de gesproken taal overeenkomstige alfabet bestaat er één handvorm. In het in de VGT gebruikte handalfabet zijn er in het totaal dus zesentwintig handvormen om de letters van het Nederlands weer te geven. Met andere woorden, dat handalfabet is een manier om Nederlands te “schrijven”. De vingerspelling die in Vlaanderen wordt gebruikt, heeft dus strikt genomen niets te maken met de Vlaamse Gebarentaal, maar vingerspelling wordt wel samen met de gebarentaal gebruikt.

Er bestaan verschillende handalfabetten:

  • éénhandige handalfabetten, zoals het Vlaamse en het Amerikaanse: alle letters worden met één hand uitgevoerd.
  • tweehandige handalfabetten, zoals het Britse: alle letters worden met twee handen uitgevoerd.
  • gemengde handalfabetten, zoals het Italiaanse en Servische: sommige letters worden met één hand en sommige met twee handen uitgevoerd.

Waarvoor wordt vingerspelling gebruikt?

In Vlaanderen wordt vingerspelling vooral gebruikt in de volgende situaties:

  • Vingerspelling wordt gebruikt om eigennamen (nl. persoonsnamen, plaatsnamen,…) te spellen. Spellen gebeurt meestal enkel voor namen waarvan je het naamgebaar (zie thema “Naamgebaren”) niet kent of waarvoor er (nog) geen naamgebaar bestaat. Ook wanneer je denkt dat je gesprekspartner het naamgebaar niet kent, spel je eerst de naam en geef je dan pas het naamgebaar. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer je jezelf of iemand anders de eerste keer voorstelt.
  • Vingerspelling wordt gebruikt wanneer men naar een bepaald begrip wil verwijzen en er voor dat begrip (nog) geen gebaar bestaat. Men zal dan het Nederlandse woord (of het woord uit een andere gesproken taal) voor dat begrip vingerspellen. Ook wanneer er wel een gebaar bestaat, maar de gebarentalige zelf dat gebaar niet kent of vermoedt dat de gesprekspartner het niet kent, wordt er gevingerspeld.
  • Vingerspelling wordt ook gebruikt bij het “vertalen” van sommige Nederlandse letterwoorden: WC, TV, BTW, KMO,…
  • De letters van het handalfabet worden ook gebruikt in wat men “geïnitialiseerde gebaren” noemt. Dit zijn gebaren waarvan de handvorm de eerste letter van het overeenkomstige gesproken woord voorstelt. Een voorbeeld is het gebaar voor “Vlaanderen” waarin de “v” herkend kan worden. In sommige gebaren uit de Vlaamse Gebarentaal herken je de eerste letter van een Frans woord bijvoorbeeld in het gebaar GEEL dat met een J-hand (van het Franse jaune) wordt gevormd. Geïnitialiseerde gebaren komen zeer vaak voor in een gebarensysteem zoals Nederlands met Gebaren. Bij het ontwikkelen van dit systeem heeft men heel wat geïnitialiseerde gebaren “uitgevonden”, zowel voor begrippen waarvoor wel een gebaar bestond als voor begrippen waarvoor geen gebaar bestond. Soms heeft men van een bestaand gebaar de handvorm aangepast zodat deze verwijst naar de eerste letter van het Nederlandse woord waarmee het gebaar wordt vertaald bv. KOKEN, terwijl de handvorm van het oorspronkelijke VGT-gebaar een gebogen 5-hand is met opwaarts gerichte wiebelende vingers.

Bronnen:

Van Herreweghe, M. & Vermeerbergen, M. (2022). 30 Vragen over Gebarentaal in Vlaanderen en 29 Antwoorden. Zwijnaarde: Vlaams GebarentaalCentrum vzw. ISBN: 9789464660906.