Meervoudsvorming
Meervoud kan op verschillende manieren worden uitgedrukt in Vlaamse Gebarentaal. De drie meest voorkomende manieren die onderscheiden kunnen worden, zijn: (1) de citeervorm van het gebaar wordt aangepast, (2) er wordt een ander gebaar toegevoegd, en (3) inherent meervoud.
- De citeervorm van het gebaar wordt aangepast
De citeervorm (basisvorm) van een gebaar bestaat uit zowel een manueel als niet-manueel gedeelte. Beide kunnen worden aangepast om meervoud uit te drukken.- Het manuele gedeelte wordt aangepast
- Dubbele articulatie
Bij dubbele articulatie gebaren beide handen simultaan hetzelfde gebaar. Dit komt meestal voor bij eenhandige gebaren die om meervoud uit te drukken tweehandig gebaard worden. Het gebaar PAN kan bijvoorbeeld simultaan met de dominante en niet-dominante hand gebaard worden om twee pannen weer te geven. Ook bij tweehandige gebaren waarbij de niet-dominante hand een ondersteunende functie heeft, kan dubbele articulatie voorkomen. Er vindt dan een ‘weak drop’ (zie …) plaats, bijvoorbeeld bij BOOM.. Dubbele articulatie kan enkel gebruikt worden om een tweevoud uit te drukken, niet om weer te geven dat er 3 of meer van hetzelfde voorwerp zijn. - Beweging en articulatieplaats
De articulatieplaats en/of de beweging van een gebaar kan/kunnen gemodificeerd worden om meervoud uit te drukken. Dat kan op twee verschillende manieren gebeuren. Ten eerste kan het gebaar herhaald worden op dezelfde of op een andere plaats (reduplicatie). Zo kan het gebaar TRUI meermaals herhaald worden op dezelfde plaats op het lichaam om meervoud aan te geven (TRUI+++). Een ander voorbeeld is BOEK. De beweging kan in andere gevallen ook herhaald worden op een andere plaats. Meestal gebeurt dat dan in de vorm van een zijwaartse beweging weg van het lichaam waarbij het gebaar steeds iets verder uitgevoerd wordt, bijvoorbeeld bij STOEL+++ wanneer er een rij stoelen staat versus stoelen in een kring.
Daarnaast kan er aan het gebaar een padbeweging toegevoegd worden waarbij de handen een traject afleggen. Dat kan zowel lineair als niet-lineair zijn. Een lineaire padbeweging toont meestal niet de exacte locatie. Is het traject afgelegd door de handen niet lineair, wordt die extra informatie wel toegevoegd, bijvoorbeeld om te tonen dat huizen naast elkaar staan op een berg
- Dubbele articulatie
- Het niet-manuele gedeelte wordt aangepast
Naast het manuele, kan ook het niet-manuele gedeelte worden aangepast om meervoud te vormen, namelijk de gesproken component. Concreet neemt het mondbeeld dan de vorm aan van het meervoud in het Nederlands. Het gebaar AUTO krijgt bijvoorbeeld de gesproken component ‘auto’s’, en het gebaar BERG ‘bergen’.
- Het manuele gedeelte wordt aangepast
- Er wordt een gebaar toegevoegd
Wanneer een gebaar wordt toegevoegd om meervoud uit te drukken zijn er drie mogelijkheden: het toevoegen van een gebaar uit het vaste lexicon, van een gebaar uit het productieve lexicon, of van een wijsgebaar. De drie mogelijkheden worden hieronder afzonderlijk beschreven, maar gebaarders kiezen vaak voor een combinatie.- Uit het conventionele lexicon
Gebaren uit het conventionele (vaste) lexicon die kunnen worden toegevoegd om meervoud aan te duiden, zijn hoofdtelwoorden (cijfers), onbepaalde kwantificeerders (vb. VEEL) of verzamelgebaren (vb. GROEP).
Een hoofdtelwoord, of een cijfer, kan als een apart gebaar worden toegevoegd, zoals bij HOND TIEN (‘tien honden’). Daarnaast kan het cijfer soms worden geïncorporeerd in het gebaar, zoals bij 5-JAAR. Daarbij wordt de gebruikelijke handvorm van het vaste gebaar vervangen door een cijfer. Dit is gebruikelijk bij gebaren zoals UUR, DAG, WEEK, MAAND en JAAR.
Naast hoofdtelwoorden, kunnen ook kwantificeerders toegevoegd worden om meervoud aan te duiden. Voorbeelden zijn gebaren zoals VEEL, VERSCHILLENDE, ALLEMAAL en ENKELE. Deze zijn onbepaald en duiden dus geen specifieke hoeveelheid aan, maar geven eerder een omschrijving van de hoeveelheid (vb. VEEL MENS).
Tot slot kunnen ook verzamelgebaren toegevoegd worden voor meervoudsvorming, zoals GROEP, HOOP, of RIJ. Die gebaren geven een verzameling aan en hoe die eruitziet. De verzamelgebaren zorgen dus voor de meervoudsvorming en geven daarnaast vaak ook informatie over de locatie. - Uit het productieve lexicon
Om meervoud aan te duiden in VGT kan er aan een gebaar ook een gebarenconstructie worden toegevoegd. Er zijn twee soorten gebarenconstructies die gebaarders kunnen gebruiken om meervoud uit te drukken, namelijk classifierconstructies en de gebarenconstructie ‘hoop’.
Bij een classifierconstructie wordt een classifier als handvorm genomen en toegevoegd aan een gebaar. Zo’n constructie kan gebruikt worden om meervoud te vormen, zoals bij GEBOUW GEBOUWEN-OP-EEN-RIJ.
Een aparte constructie is de gebarenconstructie ‘hoop’. Deze constructie beschrijft net zoals verzamelgebaren een verzameling en geeft daarbij weer hoe die eruitziet. Een voorbeeld is VEEL STEEN gc ‘hoop’. - Wijsgebaar / sweep
Een gebaarder kan ook meervoud uitdrukken door een wijsgebaar / sweep toe te voegen.
Met behulp van een wijsgebaar (meestal gevormd door de index vinger) kan een gebaarder verwijzen naar verschillende referenten in de ruimte. Hij kan hierbij een specifieke hoeveelheid weergeven, door bijvoorbeeld vier keer in de ruimte te wijzen naar vier plaatsen. Daarnaast kan een wijsgebaar ook gebruikt worden om een onbepaald aantal aan te duiden en weer te geven dat het om meer dan één referent gaat. In plaats van een wijsgebaar, kan dan ook een sweepgebaar gebruikt worden. Dat gebaar is ook onbepaald en geeft een meervoud aan, zonder een specifiek aantal te benoemen. Het sweepgebaar bestaat uit een platte 5-hand met sweepbeweging (een “veegbeweging” , voor rechtshandigen van links naar rechts en voor linkshandigen van rechts naar links). De oriëntatie van de hand kan naar boven of voren gericht zijn, afhankelijk van wat er beschreven wordt.
- Uit het conventionele lexicon
- Inherent meervoud
Een laatste mogelijkheid is dat het lexicale gebaar in de citeervorm al een meervoudige betekenis heeft. Deze categorie omvat enerzijds gebaren zoals FRIETEN, waarbij er geen enkelvoudige vorm bestaat. Om het enkelvoud uit te drukken, moet er een extra gebaar toegevoegd worden, zoals het cijfer EEN of een classifierconstructie. Anderzijds gaat het hierbij ook om gebaren met een enkelvoudige vorm waarbij het inherent meervoud bestaat uit de herhaling van de beweging. Dat meervoud is nu echter geconventionaliseerd en dus deel van het vaste lexicon. De enkelvoudige vorm wordt wel nog steeds herkend in het gebaar. Voorbeelden zijn KINDEREN en KLEREN. - Combinatiemogelijkheden
Het is belangrijk om te vermelden dat gebaarders vaak een combinatie van deze strategieën gebruiken. Zo kan je een bijvoorbeeld een cijfer combineren met een classifier: HEBBEN 3 GLAS cl: “glas”+++, of een kwantificeerder met een sweep: ALLEMAAL AUTO SWEEP. Niet alle strategieën kunnen op elke manier met elkaar gecombineerd worden. Iets concreet als een cijfer met iets onbepaald als een kwantificeerder als veel combineren voelt raar: 4 VEEL VOGEL cl: “vogels zitten op een rij”. Bovendien kunnen maximum drie verschillende manieren om meervoud uit te drukken voorkomen in één uitdrukking. - Gebarenvolgorde
Voor VGT bestaat er geen vaste volgorde wat betreft het uitdrukken van meervoud. Er is wel gebleken dat een hoofdtelwoord en kwantificeerder meestal voor het nominale gebaar staan. Gebarenconstructies met extra locatieve informatie komen dan weer meestal na het gebaar. Bijvoorbeeld: 5 BORD cl: “borden in een cirkel”. Alle mogelijke volgordes die tijdens het onderzoek voorkwamen, kunnen in het onderzoeksrapport geraadpleegd worden.
Bron:
Vermeerbergen, M. (1999). Grammaticale aspecten van de Vlaams-Belgische Gebarentaal.
Destelbergen: vzw Cultuur voor Doven.Voor meer details over meervoudsvorming in VGT, kan het onderzoeksrapport van het VGTC geraadpleegd worden.